Hof Amsterdam 30 mei 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3941

Belanghebbende is de houdstermaatschappij van een internationaal concern. Het Hof oordeelt onder meer: dat belanghebbende geen voorziening op de fiscale balans hoefde te vormen met betrekking tot de in 1988 door haar aan haar werknemers toegekende opties. Evenmin hoeft belanghebbende ter zake van de in het onderhavige jaar (1990) uitgeoefende opties een bedrag tot haar belastbare winst te rekenen; dat, nu belanghebbende een pand exploiteert op de wijze zoals bij de verkrijging van het pand was beoogd, afboeking van de boekwaarde van het pand naar een lagere vrije verkoopwaarde in strijd is met goed koopmansgebruik. Nu voort niet aannemelijk is geworden dat per ultimo 1990 een redelijke mate van zekerheid bestond dat zich in de toekomst saneringsuitgaven zouden voordoen, kan belanghebbende evenmin een voorziening vormen ter kosten van bodemsanering; dat de bestemming van het genoemde pand is gewijzigd (van eigen gebruik binnen fiscale eenheid naar verhuur aan een derde) en dat belanghebbende ter zake van het genoemde pand een desinvesteringsbetaling verschuldigd is. Rekeninghoudend met de bodemverontreiniging stelt het Hof de waarde van het pand vast op ƒ 5 miljoen en de desinvesteringsbetaling op ƒ 625.000; dat belanghebbende een verlies ter zake van de liquidatie van in Frankrijk gevestigde dochtermaatschappij in aanmerking kan nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen