Hof Amsterdam 1 mei 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1852

Twee advocaten bezitten elk 50% van de aandelen in belanghebbende, X BV, welke op haar beurt alle aandelen houdt in Advocaten B.V. Eén van de aandeelhouders wenst voor haar praktijk te komen tot samenwerking met een Accountantskantoor, welke in verband met de eventuele conflicterende belangen geen overeenkomst met X BV wil aangaan. De inspecteur heeft op de voet van artikel 14a Vpb een voor belanghebbende negatieve beschikking afgegeven, welke beschikking na bezwaar is gehandhaafd. Aangezien de voorgenomen splitsing eerst in 2001 kan worden geëffectueerd en de in 2001 geldende bepalingen ruimer zijn geformuleerd dient de voorgenomen splitsing te worden beoordeeld naar het voor het jaar 2001 geldende recht. Het Hof heeft partijen uitgenodigd nader overleg met elkaar te plegen teneinde te bezien of overeenstemming zou kunnen worden bereikt op de voet van die bepalingen. Partijen zijn hierop ingegaan. Nu partijen tot overeenstemming waren gekomen heeft de inspecteur een voor X BV begunstigende beschikking afgegeven. X BV kon zich bij nader inzien niet met de tweede voorwaarde verenigen aangezien deze volgens haar inhield dat ingeval van mislukken van de onderhandelingen of ontbinding van de samenwerking de faciliteit zou vervallen. Belanghebbende is niet gebonden aan de uitkomsten van het overleg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen