Hof Amsterdam 3 maart 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7742
Moedermaatschappij B sluit (her)verzekeringsovereenkomst met door haar opgerichte dochtermaatschappij A. A heeft in 1998 assurantiebelasting op aangifte voldaan voor de door haar van B ontvangen verzekeringspremie. De belastingdienst neemt bij B voor de vennootschapsbelasting het standpunt in dat sprake is van handelen in fraudem legis, althans dat geen sprake is van een bij B aftrekbare verzekeringspremie. A maakt bezwaar tegen de heffing van assurantiebelasting omdat de belastingdienst voor die belasting kennelijk een ander standpunt inneemt dan voor de vennootschapsbelasting. Hof: Nu partijen in deze procedure eenparig hebben verklaard dat sprake is van verzekeren in de zin van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en dat het door A ontvangen bedrag een verzekeringspremie is, is terecht assurantiebelasting voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl