Hof Amsterdam 7 juni 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7635
Belanghebbende, wonende in de gemeente Z, is eigenaar en maakt gebruik van een op erfpachtgrond gelegen recreatiebungalow (a-straat 1) in het Tuinpark a-straat te P. In de recreatiebungalow zijn onder meer aanwezig een wc, een keukenblok en aansluitingen op water en elektriciteit. De gemeente P heeft bepaald dat nachtverblijf in de bungalows gedurende zeven maanden is toegestaan. Aan belanghebbende is een aanslag woonforensenbelasting 1997 opgelegd. De belanghebbende voerde vele grieven aan zowel tegen de wetgeving als tegen de aanslag van de gemeente. Het Hof verwierp de grief van de belanghebbende dat de wijze waarop de gemeente de verordening bekend heeft gemaakt onzorgvuldig is geschied. Het Hof oordeelde voorts dat de gemeente niet in strijd handelt met de Gemeentewet door woonforensenbelasting te heffen naast onroerende-zaakbelastingen. Evenmin handelt de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het verbod tot willekeur, het gewoonterecht en het rechtzekerheidsbeginsel. De belanghebbende had nog een aantal bezwaren tegen de woonforensenbelasting, maar het Hof achtte zich niet bevoegd tot oordelen over die bezwaren. Zij behoren gericht te worden aan het adres van de wetgever. Het Hof oordeelde voorts dat belanghebbendes recreatiebungalow is aan te merken als een gemeubileerde woning in de zin van artikel 223 van de Gemeentewet.
De uitspraak op rechtspraak.nl