Hof Amsterdam 28 juni 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7534
Belanghebbende heeft aan haar gewezen directeur ƒ 50.000 als immateriële schadevergoeding uitgekeerd. Het Hof komt tot het oordeel dat de vergoeding van ƒ 50.000 een zodanig direct verband houdt met de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moet worden beschouwd. Het vorengenoemde bedrag is in direct verband toegekend met het staken of nalaten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 31, tweede id van de Wet op inkomstenbelasting 1964 zodat aan het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 24 juni 1997 nr. DB 97/1428M, BNB 1997/253, het in rechte te honoreren vertrouwen is ontleend dat het bijzondere tarief van artikel 57, tweede lid van die Wet van 45% van toepassing is.
De uitspraak op rechtspraak.nl