CRvB 28 april 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:597

Opleggen maatregelen. Tekortschietend besef. Verkoopwaarde woning niet te laag. Ingangsdatum ontheffing arbeidsverplichtingen. Geen procesbelang. Schadevergoeding redelijke termijn. Vaststaat dat appellant de woning onderhands heeft verkocht voor een bedrag van € 241.000,- en dat daarbij is afgesproken dat appellant in de woning kon blijven wonen door die te huren. Dit heeft appellant gedaan omdat een executieverkoop van zijn woning dreigde en hij wilde voorkomen dat hij – met zijn kwetsbare gezondheid en tijdens de coronapandemie – op straat kwam te staan. Onder deze omstandigheden kon van appellant niet worden verlangd dat hij zijn woning in lege staat en vrij van huur en gebruiksrechten zou verkopen zonder dat hij zicht had op een andere woning. Verder kan gelet op het taxatierapport niet worden gezegd dat appellant zijn woning voor een te laag bedrag heeft verkocht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken