CRvB 20 maart 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:500
Resterende aflosfase studiefinanciering terecht vastgesteld op 43 maanden. Appellant is geïnformeerd over de gevolgen om het inkomen van zijn partner niet mee te tellen. De verlenging van de aflosfase is zijn keuze. De Raad stelt dat zelfs als ervan uit zou worden gegaan dat sprake is van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever, is in het geval van appellant geen sprake van een dusdanige strijd met het evenredigheidsbeginsel dat toepassing van artikel 10a.11, tweede lid, van de Wsf 2000 achterwege moet blijven. Appellant heeft van 2017 tot en met 2023 niets hoeven aflossen op zijn studieschuld omdat de draagkracht daarvoor ontbrak. Vanaf 2024 hoeft appellant maandelijks slechts een betrekkelijk gering bedrag af te lossen.
De uitspraak op rechtspraak.nl