CRvB 28 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1594
Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Geen belang. Schade op voorhand onaannemelijk. Afwijzing verzoek om schadevergoeding. Overschrijding redelijke termijn. Zeer gering financieel belang. Belangenafweging. Aansluiting bij rechtspraak Hoge Raad. Vaststaat dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft aangevraagd zich ten tijde van de uitspraak van de rechtbank niet meer voordeden. Dat de kosten zich ten tijde van het primaire besluit nog wel voordeden, maakt dat niet anders. Het mislopen van een dwangsom levert ook geen procesbelang op. Dat appellant schade heeft geleden doordat het college geen bijzondere bijstand heeft verleend voor de kosten van griffierecht heeft hij niet geconcretiseerd. Bij gebreke van enig concreet gegeven over mogelijke schade wordt op voorhand onaannemelijk geacht dat appellant als gevolg van het bestreden besluit schade heeft geleden. De Raad sluit zich in beginsel aan bij de rechtspraak van de Hoge Raad, waarin tot uitgangspunt is genomen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet, wanneer het financiële belang bij de procedure minder dan € 1.000,- bedraagt en de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden. In dat geval kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Indien sprake is van een zeer gering financieel belang en de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden, dient een belangenafweging plaats te vinden. In deze zaak is sprake van een zeer gering financieel belang en kan, na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn met twee jaar en iets meer dan elf maanden is overschreden. Zwaarder weegt in dit geval dat appellant slechts heeft (door)geprocedeerd om een dwangsom te verkrijgen, terwijl de procedure over de aanvraag voor de kosten van een postmaster-opleiding al in 2021 is geëindigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 19 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1228
- CRvB 22 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:791
- HR 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853
- CRvB 6 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1651
- CRvB 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:887
- CRvB 15 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:343
- CRvB 24 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2250
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- CRvB 29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264