CRvB 1 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1453

Besluit I, intrekking en terugvordering WW-uitkering en toeslag op de grond dat appellante over de periode in geding alsnog recht had op een ZW-uitkering. Terecht geoordeeld dat geen sprake was van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering. Geen sprake van fouten van het Uwv. Besluit II. Handhaving hoogte toeslag op ZW-uitkering. Het oordeel van de rechtbank dat de toeslag op de ZW-uitkering juist is berekend, wordt onderschreven. De toeslag vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Daaraan is inherent dat als het inkomen per maand wisselt, de toeslag ook niet elke maand hetzelfde is. Besluit III, verrekening van de proceskostenvergoeding met de openstaande vordering. Het Uwv heeft erkend dat het verrekenen van het bedrag van € 1.800,- prematuur was. Dit betekent dat bestreden besluit 3 geen stand kan houden. De Raad zal dit besluit vernietigen en het besluit van 26 juni 2024 herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken