CRvB 16 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:140
Het college was niet bevoegd om de aanvraag voor een maatwerkvoorziening tillift af te wijzen op de grond dat betrokkene aanspraak had op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Wlz. Voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015, maar deze bepaling geldt op grond van artikel 8.6a van die wet niet bij aanvragen om hulpmiddelen en woningaanpassingen als de verzekerde thuis woont. Daaronder moet worden verstaan: geen verblijf heeft in een Wlz-instelling. Als de zorg tot gelding wordt gebracht met een volledig pakket thuis is per definitie geen sprake van verblijf in een Wlz-instelling.
De uitspraak op rechtspraak.nl