CRvB 21 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1264
De Raad doet uitspraak in de hoofdzaak. WAO-uitkering terecht niet met verdere terugwerkende kracht per 23 oktober 2002 toegekend. Zoals deze Raad eerder heeft geoordeeld, bijvoorbeeld in de uitspraak van 26 maart 2020 brengt artikel 4:6 van de Awb, noch enig rechtsbeginsel mee dat het Uwv in het geval aanleiding ziet terug te komen van het eerdere besluit, gehouden is dit met volledig terugwerkende kracht te doen. Geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan aan de termijn van vijf jaar voorbij zou moeten worden gegaan. Het Uwv heeft terecht het WAO-dagloon niet op grond van artikel 40 van de WAO verhoogd met de inkomsten van verzoekster als DGA. Geen sprake van schending van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl