CRvB 8 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:939
Toekenning bijzondere bijstand. Draagkracht. Verblijf in inrichting. Appellant verblijft in een zorgopvang en ontvangt een Wajong-uitkering. Het dagelijks bestuur heeft de draagkracht vastgesteld op het inkomen van appellant minus 120% van de bijstandsnorm voor verblijf in een inrichting. Hiervan heeft het dagelijks bestuur de kosten van huur en voeding die appellant extra had afgetrokken. Het dagelijks bestuur kon in redelijkheid tot de gehanteerde draagkrachtberekening komen. De opgelegde verplichting om bij een eventuele volgende aanvraag opgave te doen van de noodzaak tot plaatsing op basis van een pgb en om de (on)mogelijkheid aan te tonen voor het verkrijgen van dezelfde zorg in een ZIN-instelling is niet op rechtsgevolg gericht.
De uitspraak op rechtspraak.nl