CRvB 20 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:330
Medeterugvordering van bijstand. Gezamenlijke huishouding over twee periodes niet aannemelijk gemaakt. Appellant heeft volgens het college een gezamenlijke huishouding gevoerd met zijn ex-partner, die bijstand naar de norm voor een alleenstaande ontving. Appellant vindt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf bij zijn ex-partner had, zodat geen sprake is van een gezamenlijke huishouding. De Raad geeft appellant daarin gelijk wat betreft een tweetal periodes. Het college zal hierdoor een nieuw besluit moeten nemen over de hoogte van de medeterugvordering. Aangezien er nog een nieuw besluit moet worden genomen door het college wordt het verzoek om het college te veroordelen tot vergoeding van renteschade afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl