CRvB 1 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:326
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank wat betreft de vraag of bepaalde (concept)brieven besluiten zijn, over de feitelijke stopzetting van de salarisuitbetaling na een verleend ontslag, de hoogte van de eindafrekening na dat ontslag en de hoogte van de aan appellant toegekende werkloosheidsuitkering. Met de voorzitter en de minister is de Raad van oordeel dat appellant is aangesteld door de voorzitter en dat deze dus het bevoegd gezag is. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat de inhouding van pensioenpremie op de werkloosheidsuitkering een civielrechtelijke kwestie is, waarover de civiele rechter bevoegd is te oordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1107
- CRvB 1 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1051
- CRvB 2 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:868
- HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1784
- Hof Arnhem-Leeuwarden 7 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7137
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2009:18
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:745
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:914