CRvB 26 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2428

Intrekking en terugvordering van algemene en bijzondere bijstand. Opleggen boete. Afwijzing aanvraag om bijstand. Hennepkwekerij. Onschuldpresumptie. Indruisregel. Uit de door appellant overgelegde stukken kan niet worden afgeleid wat appellant in de procedure die heeft geleid tot de strafbeschikking ten laste is gelegd. Ook kan daaruit niet worden afgeleid dat hij is vervolgd voor een strafbaar feit, gepleegd in de periode vóór 25 februari 2022. Van een vrijspraak of een in dit verband met een vrijspraak gelijk te stellen sepot voor het telen van hennep in een periode vóór 25 februari 2022 is in dit geval dus geen sprake. Op het college rust geen algemene onderzoeksplicht. Het college mag in beginsel afgaan op de uit strafrechtelijk onderzoek verkregen informatie. De eventuele onrechtmatigheid van het verkregen bewijs betekent niet zonder meer dat dit niet als grondslag kan dienen voor het bestreden besluit. In dit geval zijn geen aanknopingspunten aanwezig voor het oordeel dat het bewijs is verkregen op een manier die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar is. Appellant had de onrechtmatigheid van het binnentreden in de strafrechtelijke procedure aan de orde kunnen stellen, maar heeft dat kennelijk niet gedaan. De onderzoeksbevindingen bieden een toereikende grondslag voor het standpunt van het college dat kan worden aangenomen dat de kwekerij vóór 25 februari 2022 één oogst heeft opgeleverd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken