CRvB 8 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2011
Beëindiging bijstand. Gezamenlijke huishouding. Onweerlegbaar rechtsvermoeden door sluiten samenlevingsovereenkomst met het oog op krijgen fiscaal voordeel. Het dagelijks bestuur heeft de bijstand van appellant beëindigd op de grond dat hij een gezamenlijke huishouding voert met X. Appellant en X hebben hun hoofdverblijf in dezelfde woning. De samenlevingsovereenkomst voorziet in de verplichting voor appellant en X om bij te dragen aan de huishouding. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het rechtsvermoeden van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de PW. De feitelijke verhoudingen en de intentie bij het sluiten van de overeenkomst zijn niet van belang. De vernietiging van de overeenkomst heeft geen gevolgen voor het bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl