CRvB 5 juni 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1152
Vaststelling van de draagkracht uit inkomen in verband met het aflossen van een studieschuld. Voor appellante moet daarvoor het zogeheten Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) worden vastgesteld. Anders dan de rechtbank komt de Raad tot het oordeel dat de inspecteur van de Belastingdienst (inspecteur) niet bevoegd is om het NiNbi van appellante vast te stellen. In situaties waarin de inspecteur het NiNbi niet op grond van, of met overeenkomstige toepassing van, artikel 8a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) heeft vastgesteld, ligt het – bij de huidige stand van de regelgeving – op de weg van de minister om zelf het NiNbi vast te stellen. De minister hoeft echter in dit geval het NiNbi niet alsnog vast te stellen omdat appellante ter zitting verklaard heeft dat zij in het peiljaar geen aftrekposten heeft die bij de vaststelling van het verzamelinkomen naar Nederlandse maatstaven een rol kunnen spelen. Dat betekent dat het Belgische bruto-inkomen van appellante gelijk is aan het NiNbi, zodat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand kunnen blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl