CRvB 9 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:114
Terugvordering bijstand o.g.v. BBZ 2004. Gebruikmaking bevoegdheid. Geen belangenafweging. Het college heeft niet onderkend dat ten tijde van het bestreden besluit de terugvordering op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder c, van het Bbz 2004 niet langer een verplichting was. Uit de tekst van die bepaling (‘kan’) – zoals die met ingang van 1 januari 2020 geldt – volgt dat het college een zogeheten discretionaire bevoegdheid heeft om de kosten van verleende bijstand terug te vorderen. Dit brengt mee dat het college bij de uitoefening van de bevoegdheid tot terugvordering een belangafweging moet maken. Door bij het bestreden besluit te overwegen dat het Bbz 2004 een terugvordering dwingend voorschrijft en dat de in dat kader te maken belangenafweging beperkt is, heeft het college de vereiste belangenafweging niet gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl