CRvB 16 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1033
Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over compensatie van transitievergoeding door het Uwv. Volgens raadsheer advocaat-generaal De Bock moeten de bewoordingen ‘verschuldigd in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst’ in art. 2 lid 3 van het Besluit loonbegrip aanzegtermijn en transitievergoeding, zo worden uitgelegd dat het gaat om het recht op provisie in de twaalf maanden voorafgaand aan de einde van de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer. Voor de berekening van de provisie moet volgens de raadsheer advocaat-generaal niet gekeken worden naar de provisie die daadwerkelijk in die periode is uitbetaald (dan wel had moeten worden uitbetaald). Het gaat om het recht op provisie dat is ontstaan in de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Er is volgens de raadsheer advocaat-generaal geen mogelijkheid voor een afwijkende berekening van de provisie in bijzondere gevallen. Het staat de rechter niet vrij om af te wijken van de berekeningswijze die volgt uit de wet en de lagere regelgeving, tenzij onverkorte toepassing daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Wanneer hiervan sprake is, valt in zijn algemeenheid niet te zeggen. De enkele omstandigheid dat sprake is van bedrijfsbeëindiging, zal daarvoor niet voldoende zijn, omdat dat geen bijzondere omstandigheid is, maar juist de situatie waarvoor de compensatieregeling is bedoeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 7:431 BW7
- Artikel 7:432 BW7
- Artikel 7:433 BW7
- Artikel 7:434 BW7
- Artikel 7:623 BW7
- Artikel 7:624 BW7
- Artikel 7:628 BW7
- Artikel 7:632 BW7
- Artikel 7:633 BW7
- Artikel 7:668 BW7
- Artikel 7:673 BW7
- Artikel 7:673c BW7
- Artikel 7:673e BW7
- Artikel 7:686a BW7
- Artikel 7:687 BW7
- Artikel 7:688 BW7
- Artikel 8:12a Awb
- Artikel 2 Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Gelderland 14 september 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5185
- Rb. Amsterdam 13 juli 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4526
- CRvB 14 februari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:293
- Rb. Gelderland 28 september 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5514
- Rb. Amsterdam 4 augustus 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6196
- Rb. Midden-Nederland 11 juli 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3273
- Hof 's-Hertogenbosch 21 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1299
- Hof Amsterdam 31 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1024
- Rb. Midden-Nederland 10 juli 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3228
- HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:632
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1845
- Rb. Rotterdam 28 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7074
- HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:651
- Hof 's-Hertogenbosch 7 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5419
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 november 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:8520