CRvB 4 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:857

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de brief van 11 september 2017 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Aangetekende brief uit België, langer dan een week onderweg, uitzonderlijke situatie in verband met de coronapandemie. De Raad is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat onder deze bijzondere omstandigheden de overschrijding van de beroepstermijn niet voor risico van appellante moet komen maar verschoonbaar is. De Raad zal de zaak zelf afdoen. Het CAK heeft appellante terecht vanaf 4 juli 2017 als zelfstandig verdragsgerechtigde aangemerkt. De definitieve jaarafrekeningen over de jaren 2017 en 2018 zijn terecht vastgesteld. Geen aanleiding voor toekenning schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken