CRvB 28 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:584

Intrekking en terugvordering van bijstand. Geen hoofdverblijf op uitkeringsadres. Extreem laag waterverbruik. Op basis van de stukken staat vast dat de watermeter op 12 juni 2020 defect was. Maar dit is ruim een jaar na de te beoordelen periodes. Wat appellant aanvoert, is onvoldoende om te concluderen dat de watermeter in die periodes ook al defect was. Het college mocht daarom voor de hier te beoordelen periodes uitgaan van de in watermeterstanden. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de watermeter voor het defect al slecht functioneerde. Gelet hierop is aannemelijk dat het waterverbruik op het uitkeringsadres in de te beoordelen periodes extreem laag was. Dat rechtvaardigt de vooronderstelling dat appellant in die periodes niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Appellant heeft die vooronderstelling niet weerlegd. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, ondanks het extreem lage waterverbruik, in de te beoordelen periodes toch zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken