CRvB 17 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2111

De TONK-aanvraag moet worden beoordeeld als een aanvraag om bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de PW. De woonkosten deden zich voor. Appellante was op basis van de huurovereenkomst verplicht € 800,- huur aan haar ouders te betalen. Dat appellante de huur feitelijk niet betaalde betekent niet dat zij hiertoe niet verplicht was. Het standpunt van het college miskent dat de TONK-regeling juist in het leven is geroepen voor situaties als die van appellante, waarin de huur niet meer kan worden betaald door een onverwachte aanzienlijke terugval in inkomen als gevolg van de coronacrisis. Het college hoefde bij de berekening van de draagkracht van appellante geen rekening te houden met de maandelijkse opslagkosten en de maandelijkse aflossingsbetalingen. Uit artikel 35, eerste lid van de PW is namelijk niet af te leiden dat behalve met het inkomen en het vermogen ook met de uitgaven moet worden rekening gehouden. Ook uit de beleidsregels volgt niet dat daarmee rekening moet worden gehouden en appellante heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding zouden moeten zijn om van dat beleid af te wijken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen