CRvB 11 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1383
Intrekking en terugvordering bijstand. Gezamenlijke huishouding. Bijschrijvingen. Geen schending inlichtingenverplichting. Discretionaire bevoegdheid. Geen belangenafweging gemaakt. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat appellanten gedurende de hier te beoordelen periode hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden, zodat aan het criterium van een gezamenlijke huishouding is voldaan. Appellanten waren geen zelfstandige subjecten van bijstand en hadden daarom geen recht op bijstand naar de norm voor een alleenstaande. Het college heeft terecht de bijgeschreven bedragen van Z als inkomen van appellante aangemerkt en als zodanig in mindering gebracht op de bijstand van appellanten in de maanden waarin appellante die bedragen heeft ontvangen. Uit het voorgaande volgt dat het college over de periode van 20 november 2020 tot en met 28 februari 2021 teveel bijstand heeft uitbetaald aan appellanten. Het college was bevoegd om dit bedrag van appellanten terug te vorderen met toepassing van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder a, PW. Het college heeft voor het nemen van het bestreden besluit geen belangenafweging gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 4 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:977
- CRvB 25 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2332
- CRvB 11 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2207
- CRvB 12 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1395
- CRvB 30 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2117
- CRvB 7 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1450
- CRvB 23 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3241
- CRvB 22 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY9138