CRvB 13 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1095
Weigering bijzondere bijstand voor schoolkosten buitenland. Territorialiteitsbeginsel. Godsdienstvrijheid. Discriminatieverbod. Het territorialiteitsbeginsel staat in de weg aan toewijzing van de aanvragen omdat de kinderen in het buitenland naar school gaan. Appellanten en hun kinderen zijn door de bestreden besluiten niet beperkt in de uitoefening van hun recht op vrijheid van godsdienst. Artikel 11, eerste lid, van de PW, het daaraan ten grondslag liggende territorialiteitsbeginsel en de rechtspraak hierover zijn neutraal geformuleerd en leggen geen verband met enige persoonlijke, godsdienstige of levensovertuiging. Om deze reden vormt de weigering van het college om appellanten de kostenvergoedingen toe te kennen in beginsel geen inbreuk op hun rechten op grond van artikel 9 van het EVRM. Er is onvoldoende grond om in de situatie van appellanten anders te oordelen. Het beroep op het discriminatieverbod slaagt ook niet. Van verboden indirecte discriminatie is sprake als aannemelijk is dat een groep onevenredig nadeliger wordt behandeld en hiervoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de groep die als gevolg van het territorialiteitsbeginsel wordt uitgesloten van de kostenvergoedingen waar het hier om gaat, voor een onevenredig groot deel bestaat uit orthodox-joodse gelovigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- EHRM 10 november 2020, ECLI:CE:ECHR:2020:1110JUD006599316
- CRvB 10 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:363
- EHRM 15 januari 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0115JUD004842010
- EHRM 3 december 2009, ECLI:CE:ECHR:2009:1203DEC004001004
- EHRM 13 november 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:1113JUD005732500
- CRvB 2 januari 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:AZ5967