CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:928

Herziening en terugvordering van bijstand. Boete. Stortingen en bijschrijvingen niet gemeld. Vast staat dat in de periode in geding diverse kasstortingen en bijschrijvingen hebben plaatsgevonden en dat appellant daarvan geen melding heeft gemaakt bij het college. Voor zover appellant stelt dat sprake is van leningen, kan hem dat niet baten, omdat een geldlening in artikel 31, tweede lid, van de PW niet is uitgezonderd van het middelenbegrip. Het betoog van appellant dat bepaalde kasstortingen niet als in aanmerking te nemen middelen zijn te beschouwen omdat deze in hoogte varieerden en niet maandelijks plaatsvonden, slaagt ook niet. Om kasstortingen te kunnen aanmerken als middel in de zin van artikel 31, eerste lid, van de PW is niet vereist dat zij met elkaar in hoogte overeenkomen of op bepaalde vaste tijdstippen plaatsvinden. In dit geval gaat het om bedragen van relevante omvang en met een terugkerend karakter. Daarom moeten die kasstortingen worden aangemerkt als inkomen in de zin van artikel 32, eerste lid, van de PW. Appellant heeft ook geen controleerbare gegevens van de gokaccounts overgelegd. Daarom bestaat geen inzicht in de geldstromen die via deze gokaccounts hebben gelopen.

De uitspraak op rechtspraak.nl