CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:926

Intrekking en terugvordering van bijstand. Op geld waardeerbare werkzaamheden verricht. Onrechtmatig verkregen bewijs. Geen sprake van verboden vruchten. Tussen partijen is niet in geschil dat de waarnemingen in de periode van 15 juni 2018 tot en met 23 augustus 2018 onrechtmatig waren. De bevindingen uit die waarnemingen zijn dan ook niet ten grondslag gelegd aan het bestreden besluit. Van de verklaringen van appellante en van de getuigen Y en Z kan niet worden gezegd dat zij uitsluitend een vervolg zijn op en onlosmakelijk verweven zijn met de onrechtmatige waarnemingen en met de mogelijk onrechtmatige camera-observaties. Het college mocht de inhoud van de verklaringen van appellante en Z dus wel aan het bestreden besluit ten grondslag leggen. Deze verklaringen bieden een toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat appellant in de te beoordelen periode op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht in de horecazaak van X.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken