CRvB 14 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:887
Voorzieningen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong. In het tweede lid wordt een limitatieve opsomming gegeven van voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. Onder a wordt daarbij vermeld: vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, zijn werkplek of opleidingslocatie kan bereiken. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is grotendeels een herhaling van de gronden die hij al in beroep voren heeft gebracht. De rechtbank heeft de stelling van appellant, dat het Uwv een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd en gehouden is hem in een gelijke positie te brengen als een gezonde werknemer, gemotiveerd verworpen. Dit oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden onderschreven. Bij de beoordeling of recht bestaat op een vervoersvoorziening gaat het om de vraag of voor een dergelijke voorziening een medische noodzaak bestaat. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat van een dergelijke noodzaak hier geen sprake is omdat appellant in staat is om met het openbaar vervoer te reizen. Ook de overwegingen die aan dit oordeel ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Ter onderbouwing van zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft appellant een besluit overgelegd waarin aan [naam] een vervoersvoorziening voor taxivervoer is toegekend. Er is geen sprake van, op de rechtens relevante aspecten, gelijke gevallen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel treft dan ook geen doel. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl