CRvB 8 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:809
De grond dat de rechtbank ten onrechte uitspraak heeft gedaan zonder appellant op een zitting te horen, treft geen doel. De pas in hoger beroep aangevoerde grond dat CAK appellant ten onrechte niet heeft gehoord in de bezwaarfase, treft evenmin doel. Gelet op overwegingen 4.1 en 4.2 slaagt het hoger beroep op deze punten niet. Overigens heeft appellant alsnog een mondelinge toelichting gegeven tijdens de behandeling ter zitting van de Raad, welke door de Raad bij de beoordeling is meegewogen. Het gaat in dit geschil om de vraag of CAK op grond van artikel 9b, eerste lid, van de Zvw aan appellant terecht een boete van € 402,24 heeft opgelegd wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering. De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. De Raad onderschrijft het door de rechtbank gegeven oordeel en voegt daar de volgende overweging aan toe. Uit de gang van zaken rond de inschrijving in de brp blijkt dat appellant vanaf 18 januari 2019 alsnog stond ingeschreven op het woonadres [adres] in [woonplaats]. Uit de in hoger beroep overgelegde brief van Zilveren Kruis blijkt niet dat hij binnen drie maanden na het verzenden van de aanmaning is overgegaan tot het afsluiten van een zorgverzekering en ook ter zitting heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat van een tijdig afgesloten zorgverzekering sprake is geweest. Onder deze omstandigheden ziet de Raad, evenmin als de rechtbank, grond voor vernietiging van het bestreden besluit. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat voor een veroordeling van CAK tot vergoeding van schade geen grond is. Uit wat is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. De boete blijft in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl