CRvB 31 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:735
Bestreden besluit II wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van rechtswege mede in de beoordeling betrokken. In dit geding gaat het om de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Uwv bij bestreden besluit I zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat betrokkene verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de WW, omdat aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt en betrokkene ter zake een verwijt kan worden gemaakt. Anders dan de kantonrechter is de Raad van oordeel dat het incident op 25 juni 2018, in samenhang met de eerdere gedragingen in 2017, een arbeidsrechtelijke dringende reden voor ontslag opleveren. Daarbij komt dat betrokkene in september 2017 al door zijn leidinggevende was aangesproken op zijn grensoverschrijdende gedrag. Betrokkene was dus een gewaarschuwd man. De feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, leveren een dringende reden voor ontslag op. De aard en de duur van het dienstverband en de persoonlijke omstandigheden van betrokkene leiden niet tot een ander oordeel. Niet gebleken is dat betrokkene ter zake van zijn gedragingen geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Dit betekent dat het Uwv gehouden was om betrokkene een maatregel op te leggen wegens verwijtbare werkloosheid. Er zijn geen aanwijzingen dat de werkloosheid betrokkene niet in overwegende mate kan worden verweten. Hieruit volgt dat het Uwv op grond van artikel 27, eerste lid, van de WW gehouden was de WW-uitkering per 24 oktober 2018 blijvend geheel te weigeren. Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat de in 4.3 genoemde vraag ontkennend wordt beantwoord en dat het hoger beroep van appellante slaagt. Appellante kan ter zake van de hierdoor door haar geleden schade een verzoek als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onder j, van de Wet financiering sociale verzekeringen indienen. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.
De uitspraak op rechtspraak.nl