CRvB 24 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:708
Zaak 20/91 WAO. Niet is geschil is dat betrokkene de WAO-uitkering over de maanden september 2016 en oktober 2016 heeft ontvangen. In geschil is de vraag of betrokkene de nabetaling in 2017 heeft ontvangen. Ter zitting is aan betrokkene alsnog het aanbod gedaan om gebruik te maken van de gelegenheid om bankafschriften te overleggen. Betrokkene heeft hiervan geen gebruik willen maken. Gelet op voornoemde omstandigheden concludeert de Raad dat de nabetaling door het Uwv voldoende aannemelijk is geworden. Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep van betrokkene niet slaagt. Zaak 19/5332 WAO. Terugvordering. De rechtbank heeft ten onrechte de rechtspraak in bijstandszaken in deze procedure van toepassing geacht. Omdat het terugvorderingstijdvak ten tijde van de terugvordering in 2018 in fiscale zin was afgesloten was het Uwv gehouden dit bedrag bruto terug te vorderen. Betrokkene heeft aangevoerd dat het Uwv kan afzien van brutering omdat ze niet gehouden is aan artikel 57 van de WAO. Deze grond slaagt niet. Dringende redenen, vaste rechtspraak. Het Uwv heeft terecht geen aanleiding gezien om op grond van dringende redenen af te zien van terugvordering. Gelet op het overwogene volgt dat het hoger beroep van het Uwv slaagt. Omwille van de duidelijkheid zal de Raad de aangevallen uitspraak in zijn geheel vernietigen. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 11 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4281
- CRvB 11 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1051
- CRvB 8 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:933
- CRvB 4 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:334
- CRvB 22 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:160
- CRvB 18 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH4066
- CRvB 26 september 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BF4292