CRvB 28 februari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:507

In geschil is of het Uwv de WAO-uitkering van appellant terecht met ingang van 14 september 2018 niet heeft herzien en ongewijzigd heeft vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van de gronden in beroep. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende, onder 2 weergegeven, overwegingen worden onderschreven. Daar wordt aan toegevoegd dat door appellant in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens zijn ingebracht. Vanaf 24 april 2019 is appellant onder specialistische behandeling gekomen. De specialistische informatie heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarom geen aanleiding gegeven om een ander standpunt in te nemen ten aanzien van de belastbaarheid van appellant per datum in geding, 14 september 2018. Dat appellant per latere datum, 31 oktober 2019, volledig arbeidsongeschikt op medische gronden wordt beschouwd, biedt onvoldoende aanknopingpunten om de medische beoordeling die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt, voor onjuist te houden. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen