CRvB 2 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:506
Tussen partijen is in geschil of appellant op zijn achttiende verjaardag, [geboortedatum] 2005, als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd. ingezetenschap, duurzame band van persoonlijke aard. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, leidt er niet toe dat anders moet worden geoordeeld dan de rechtbank. Deze omstandigheden – hoe ingrijpend die ook voor appellant zijn geweest – maken namelijk niet dat er tussen appellant en Nederland op [geboortedatum] 2005 een duurzame band van persoonlijke aard was. Ook de stelling ter zitting dat het Uwv toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule zoals opgenomen in artikel 1a:11, vierde lid, van de Wajong treft geen doel. De overwegingen leiden tot de conclusie dat appellant op [geboortedatum] 2005, zijn achttiende verjaardag, geen ingezetene van Nederland was en daarom terecht niet als jonggehandicapte is aangemerkt. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl