CRvB 22 februari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:367
De Raad ziet zich, ambtshalve, gesteld voor de vraag of appellante voldoende procesbelang heeft bij een beoordeling van haar hoger beroep. Ter zitting heeft de gemachtigde van appellante naar voren gebracht dat appellante belang heeft bij een oordeel van de Raad over de schorsing nu dit van gewicht zal zijn voor de bij de rechtbank lopende procedure over de beëindiging van de uitkering. De beëindiging van de Wajong-uitkering van appellante per 5 maart 2019 brengt mee dat appellante geen belang meer heeft bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak waarbij is geoordeeld over de rechtmatigheid van de schorsing van de betaling van de uitkering per 5 maart 2019. Ook anderszins zijn in de gedingstukken, of in wat namens appellante ter zitting naar voren is gebracht, geen aanknopingspunten te vinden voor het aannemen van procesbelang. Hieruit volgt dat appellante onvoldoende procesbelang heeft en het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl