CRvB 5 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:36

De Raad stelt vast dat appellante met haar betoog dat zij een medisch afzakker is en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag verder in het verleden ligt dan 24 maart 2017, heeft beoogd dat voor de vaststelling van het dagloon voor de IVA-uitkering wordt uitgegaan van de gegevens van haar dienstverband als management coördinator dat zij tot 2010 had in plaats van de gegevens van haar dienstverband als secretaresse/invalleerkracht vanaf 1 september 2016. Het dossier bevat geen medische gegevens waaruit overtuigend blijkt dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag verder in het verleden ligt dan 24 maart 2017. Dat de arbeidsdeskundige in zijn rapport van 12 februari 2009 heeft opgemerkt dat appellante een medische afzakker is, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank is daarom niet buiten de grenzen van het geschil getreden door hierover een oordeel te geven. Dat oordeel wordt, gelet op wat hierboven is overwogen, door de Raad onderschreven. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal, voor zover aangevochten, worden bevestigd. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal, voor zover aangevochten, worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen