CRvB 25 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2285
De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen niet tijdig nemen van een besluit op de Bbz-aanvraag kan in stand blijven. Dit beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard, niet op grond van de onjuiste vaststelling van de voorzieningenrechter dat appellante geen procesbelang meer heeft omdat bij besluit van 29 juni 2020 op de aanvraag zou zijn beslist, maar omdat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de Bbz-aanvraag prematuur is ingesteld. Vaststaat dat appellante niet alle gevraagde gegevens, zoals de jaarrekening 2019, heeft verstrekt. Het college was dan ook bevoegd om de Tozo-aanvraag van appellante buiten behandeling te stellen. Appellante heeft geen omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel moeten leiden dat het college van deze bevoegdheid geen gebruik mocht maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl