CRvB 14 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1988
WW-dagloon juist vastgesteld. Het dagloon is overeenkomstig artikel 2, achtste lid, aanhef en onder a, van het Dagloonbesluit vastgesteld. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat dit artikel buiten toepassing moet worden gelaten. Door de besluitgever is een bewust onderscheid gemaakt. Als gevolg van de keuze van de besluitgever wordt in een situatie als van betrokkene voor het vaststellen van de referteperiode niet uitgegaan van het moment van arbeidsurenverlies, maar van het moment dat de arbeidsongeschiktheid is ingetreden. Hierdoor wordt het dagloon gebaseerd op het welvaartsniveau van voor de arbeidsongeschiktheid en wordt de invloed van ziekte op het dagloon vermeden. De hoogte van het dagloon is in het geval van betrokkene het gevolg van de omstandigheden van voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Tijdens de referteperiode heeft betrokkene stage gelopen en nadat hij in dienst was getreden door ziekte uitgevallen. Het Uwv heeft de loonloze maanden in de referteperiode op grond van artikel 5, zesde lid, van het Dagloonbesluit buiten toepassing gelaten. Omdat betrokkene stage heeft gelopen tijdens de referteperiode, waarvoor hij een stagevergoeding ontving, valt het dagloon lager uit dan wanneer alleen het loon van [naam B.V.] in aanmerking was genomen. De rechtbank wordt niet gevolgd dat toepassing van artikel 2, achtste lid, van het Dagloonbesluit geen juiste afspiegeling geeft van het welvaartsniveau van betrokkene.
De uitspraak op rechtspraak.nl