CRvB 7 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1935
Arbeidsongeschiktheidsschatting onder toepassing van artikel 9, aanhef en onder h en i, van het Sb. Op de werkzaamheden die appellant bij zijn werkgever op 1 oktober 2018 feitelijk heeft verricht in de functie van netwerk- en systeembeheerder en het daarmee verdiende loon. Van belang of de betreffende werkzaamheden passend zijn voor appellant en of de genoten verdiensten als representatief voor de resterende verdiencapaciteit zijn aan te merken. Ook de duurzaamheid van de arbeidsverrichting speelt een rol. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat het Uwv bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant terecht is uitgegaan van zijn feitelijke verdiensten uit arbeid, wat leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid per 1 oktober 2018 van 49,23%. Niet gebleken dat de functie van appellant een witte ravenbaan is. Geen aanleiding te twijfelen aan berekening van het verdienvermogen van appellant.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 15 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1620
- Rb. Noord-Nederland 30 april 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1908
- CRvB 20 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4352
- CRvB 23 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4293
- CRvB 10 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:961
- CRvB 18 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8481
- CRvB 24 januari 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB1364