CRvB 15 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1822
1) Intrekking WAO-uitkering. Niet gemelde werkzaamheden. Omdat het Uwv, niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellante voor 1 januari 2016 werkzaamheden heeft verricht, heeft het Uwv de WAO-uitkering ten onrechte per 3 februari 2008 ingetrokken en ten onrechte de uitkering over de periode tot en met 31 december 2015 teruggevorderd. 2) De vanaf 2019 op voorschot betaalde WAO-uitkering terecht teruggevorderd. 3) Terecht geweigerd terug te komen van de intrekking. Het Uwv heeft aannemelijk gemaakt dat appellante vanaf 1 januari 2016 seksuele diensten tegen betaling heeft verricht. Daarmee staat vast dat appellante niet aan haar inlichtingenverplichting heeft voldaan en, om tot hervatting van de WAO-uitkering te komen, alsnog aan die verplichting zal moeten voldoen en informatie zal moeten verschaffen over de verkregen inkomsten.
De uitspraak op rechtspraak.nl