CRvB 30 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1492

Op 1 januari 2018 is appellant, die werkzaam was als [functie] bij de Kmar, gestart met een HBO-opleiding [naam HBO-opleiding] waarvoor op grond van artikel 16 van het AMAR een terugbetalingsverplichting geldt, indien appellant na de afronding van deze studie de militaire dienst binnen vier jaar zou verlaten. Appellant is na zijn ontslag per 5 januari 2020, als militair ambtenaar aangesteld en niet als (burger)ambtenaar bij Defensie. De minister was daarom niet gehouden hem te ontslaan van de terugbetalingsverplichting. Dit valt op te maken uit de uit de systematiek van de regelgeving, te weten artikel 16e, vijfde lid van het AMAR en artikel 1, eerste lid, van het Bard. Geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen