CRvB 17 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1387

De Raad stelt vast dat de aanvraag van appellant om wijziging van de norm naar een ongehuwdenpensioen dateert van 15 januari 2020. Van een bijzonder geval, zoals neergelegd in de in de rechtspraak aanvaarde beleidsregel SB1071 van de Svb, op grond waarvan een verdergaande terugwerkende kracht dan een jaar kan worden toegepast, is geen sprake. Hieruit volgt dat een mogelijke wijziging van het ouderdomspensioen naar de norm voor een ongehuwde in de situatie van appellant in zou kunnen gaan op 1 januari 2019. De Raad is in dit geval van oordeel dat reeds op 1 januari 2019 sprake was van een situatie van duurzaam gescheiden leven. Hieruit volgt dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak vernietigd zal worden. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zal de Raad zelf voorzien en het besluit van 10 juni 2020 herroepen. Appellant heeft vanaf 1 januari 2019 recht op een ongehuwdenpensioen. De Raad bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken