CRvB 21 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1348

Herziening en terugvordering van bijstand. Boete. Volgorde aflossing vorderingen. Het college heeft de aflossingen van appellant niet op de oudste openstaande vordering geboekt, maar eerst op de boete. De boete is daardoor inmiddels voldaan. Ingevolge artikel 4:92, tweede lid, van de Awb kan de schuldenaar indien hij verschillende geldschulden heeft bij dezelfde schuldeiser bij de betaling de geldschuld aanwijzen waaraan de betaling moet worden toegerekend. In dit geval is niet gesteld of gebleken dat appellant een aanwijzing in de zin van artikel 4:92, tweede lid, van de Awb heeft gegeven aan het college. Het college heeft dus zijn vaste uitvoeringspraktijk kunnen volgen. De vaste uitvoeringspraktijk van het college is dat eerst de boetevorderingen worden afgelost en daarna de oudste terugvorderingen. Vaststaat dat op deze wijze het boetebedrag op 16 februari 2019 geheel was voldaan. Dit betekent dat de huidige financiële omstandigheden van appellant geen aanleiding vormen voor een verdergaande matiging dan tot het betaalde bedrag. De door het college vastgestelde boete is evenredig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken