CRvB 15 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1336
n geschil is uitsluitend of het Uwv bij de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is uitgegaan van het werk als trambestuurder voor ongeveer 24 uur per week en haar terecht niet heeft aangemerkt als een medische afzakker. Van een medische afzakker is sprake als een betrokkene ten gevolge van ziekte of gebrek (tijdelijk) lager beloond werk gaat doen of om medische redenen de arbeidsurenomvang terugbrengt zonder zich ziek te melden. De rechtbank heeft terecht overwogen dat appellante geen gegevens heeft overgelegd waaruit moet worden afgeleid dat zij als gevolg van een objectief medische noodzaak minder uren is gaan werken. Appellante wordt ook niet gevolgd in haar standpunt dat het Uwv nader onderzoek had moeten doen naar de vraag of zij moet worden aangemerkt als een medische afzakker. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl