CRvB 1 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1316

In geschil is of het Uwv de hoogte van de compensatievergoeding terecht op € 0,- heeft vastgesteld in de situatie waarin een dienstverband ná 1 juli 2015 is geëindigd, maar waarbij de tweejaarstermijn van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel 7:760, eerste lid, onder a, van het BW is verstreken vóór de inwerkingtreding per 1 juli 2015 van de Wwz. Niet in geschil is dat in deze zaak is voldaan aan de voorwaarden van het eerste lid van artikel 7:673e BW. Dit betekent dat het Uwv compensatie dient te verstrekken aan werkgeefster. Het tweede lid van artikel 7:673e BW stelt een aantal beperkingen aan de hoogte van de compensatie. Gelet op het verband tussen het eerste en tweede lid van artikel 7:673e BW, het doel van compensatie en de maximering daarvan zoals die blijkt uit de wetsgeschiedenis, wordt de uitleg van het Uwv over de beperking van de hoogte van de compensatie niet onderschreven. Uitgaande van de uitleg van het Uwv zou het tweede lid van artikel 7:673e een extra voorwaarde voor het recht op compensatie bevatten. Deze uitleg van het Uwv van het tweede lid verdraagt zich, gelet op de context van het eerste en het tweede lid, niet met het wettelijk systeem van compensatie. De tekst van het tweede lid van artikel 7:673e van het BW biedt evenmin steun voor de uitleg van het Uwv. De interpretatie zoals weergegeven onder 6.4.3 en 6.4.4 sluit aan bij het doel van de maximeringsbepaling zoals die uit de wetsgeschiedenis naar voren komt. Uit wat onder 6.1 tot en met 6.5 is overwogen vloeit voort dat de werkgever in de situatie waarin een dienstverband ná 1 juli 2015 is geëindigd, maar waarbij de tweejaarstermijn van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is verstreken vóór 1 juli 2015, aanspraak heeft op compensatie van de transitievergoeding die ziet op de periode tot de dag dat de termijn van twee jaar die geldt voor het opzegverbod wegens ziekte is verstreken. Hieruit volgt dat het Uwv is uitgegaan van een onjuiste wetsuitleg van het tweede lid van artikel 7:673e van het BW. Het hoger beroep van het Uwv slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. De rechtbank heeft het Uwv opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak. Met het oog op een voortvarende afdoening van het geschil bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen de door het Uwv te nemen nieuwe beslissing op bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld (judiciële lus). Er bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van werkgeefster in hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken