CRvB 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1298
Ingangsdatum ouderdomspensioen juist vastgesteld. Hoogte ouderdomspensioen te laag vastgesteld. Verzekerde jaren. Ingezetene. Anders dan de rechtbank ziet de Raad aanleiding te toetsen aan de Europese coördinatieverordeningen. Nu appellant geen melding heeft gemaakt van tijdvakken van wonen in Nederland, was er geen aanleiding voor het Zwitserse orgaan om de aanvraag door te zenden naar de Svb en is er geen aanknopingspunt om 15 januari 2010 als aanvraagdatum aan te merken. De Svb heeft terecht 15 januari 2010 niet aangenomen als datum waarop appellant bij de Svb de aanvraag heeft ingediend. Ingangsdatum volgens nationaal recht. Het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een bijzonder geval wordt onderschreven. Verzekerde jaren. Ingezetene. De Raad is van oordeel dat de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden voldoende aanknopingspunten bieden om een duurzame band van persoonlijke aard tussen appellant en Nederland aan te nemen, na zijn vertrek naar Zwitserland. Daarbij weegt – van de hierboven vermelde feiten – in het bijzonder mee dat appellant niet beschikte over duurzaam tot zijn beschikking staande woonruimte in Zwitserland waar hij deze wel in Nederland had, dat zijn verblijf een vooraf afgebakend tijdelijk doel diende ingegeven door een studie- en loopbaanplanning, dat hij niet in Zwitserland tegen een beloning heeft gewerkt en dat in zijn onderhoud werd voorzien door zijn ouders in Nederland. Naar het oordeel van de Raad is dat veranderd toen appellant in het huwelijk trad. Op grond van bovenstaande is de Raad van oordeel dat appellant zijn ingezetenschap heeft behouden tot het moment waarop hij in het huwelijk trad in 1971.
De uitspraak op rechtspraak.nl