CRvB 4 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1087

Afwijzing aanvragen om bijstand voor bedrijfskapitaal op grond van het Bbz 2004. Niet meer ter discussie staat dat het jaarinkomen van appellante hoger is dan de bijstandsnorm. Appellanten kunnen in hoger beroep niet meer aanvoeren dat dit niet zo was, omdat zij die grond in een eerdere fase van de procedure hebben prijsgegeven. Appellanten waren voor de voorziening in hun bestaan niet aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep, dus wordt appellant niet als zelfstandige in de zin van het Bbz 2004 aangemerkt. Alleen daarom al had appellant geen aanspraak op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. Het college mocht bij zijn besluitvorming op aanvraag 2 uitgaan van het FCBV-advies en kon de aanvraag afwijzen op de grond dat het bedrijf niet levensvatbaar is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken