CRvB 4 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1052
Het Uwv heeft zich bij gewijzigd besluit 4 terecht op het standpunt gesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 9 december 2016 60,55% bedraagt. Voor de stelling dat de door de rechtbank benoemde deskundige, en in navolging daarvan het Uwv, een urenbeperking en beperking op nachtwerk had moeten aannemen, wordt de verwijzing naar het rapport van Hullen onvoldoende geacht om van het in 4.4 genoemde uitgangspunt af te wijken. De door de rechtbank benoemde deskundige heeft vastgesteld dat bij appellant sprake is van lichamelijke klachten waarbij voornamelijk de klachten van het locomotore apparaat leiden tot beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid. Hij heeft het rapport van Hullen bij zijn onderzoek betrokken en geen reden gezien een urenbeperking of beperking op nachtwerk aan te nemen. Daarnaast heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in een rapport van 6 oktober 2017 gemotiveerd uiteengezet dat een beperking voor werktijden gelet op de gestelde diagnose polyartrose niet aan de orde is. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd dat de belastbaarheid van appellant op de datum in geding in de geduide functies niet wordt overschreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl