CRvB 22 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:923

Het Uwv heeft aanleiding gezien om terug te komen van zijn besluit van 7 november 2008. Het Uwv heeft vervolgens beoordeeld of er, uitgaande van de ontvangst van de eerste Wajong-aanvraag van appellant op 31 juli 2008, aanleiding is de uitkering vroeger in te laten gaan dan een jaar voor de ontvangst van die aanvraag. Daarvoor is nodig dat er sprake is van een bijzonder geval. Volgens het Uwv is er van een dergelijk bijzonder geval geen sprake. Vaste rechtspraak van de Raad met betrekking tot wanneer sprake is van een bijzonder geval. In wat appellant heeft vermeld zijn geen aanknopingspunten gelegen om een bijzonder geval aan te nemen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 1 december 2017 geconcludeerd dat er geen medisch verschoonbare redenen zijn op grond waarvan appellant, of derden uit zijn directe omgeving, niet in staat zijn geweest om eerder dan op 31 juli 2008 een Wajong-uitkering aan te vragen. Bij die Wajong-aanvraag heeft appellant ook vermeld dat de reden van te late aanvraag onbekendheid met de Wajong-regeling was. De rechtbank heeft terecht overwogen dat onbekendheid met de regelgeving naar vaste rechtspraak geen bijzonder geval oplevert op grond waarvan de uitkering eerder dan een jaar voor datum aanvraag zou kunnen ingaan. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet met verbetering van gronden worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken