CRvB 15 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:848

Procesbelang. Appellant heeft betoogd dat het procesbelang reeds is gegeven omdat de door de korpschef in het besluit van 20 november 2018 gedane toezegging onvoldoende rechtszekerheid biedt, althans niet dezelfde afdwingbare zekerheid biedt als bij een erkend dienstongeval. Dit betoog slaagt niet. Appellant heeft verder aangevoerd dat het procesbelang bij de erkenning van het ongeval als dienstongeval is gelegen in de schade die hij lijdt vanwege gemis van de rechtspositionele aanspraken die rechtstreeks samenhangen met, dan wel voortvloeien uit, een erkenning als dienstongeval. Dit betoog slaagt. Dienstongeval. Anders dan de korpschef komt de Raad tot de conclusie dat sprake is van een dienstongeval. Van belang daarbij is dat de Experiencedag niet alleen een selectie- of inkijkdag is, maar ook het karakter van een IBT-training heeft. Daarbij komt nog dat de korpschef ongevallen tijdens sporttrainingen inmiddels wel aanmerkt als dienstongeval. De Raad ziet niet in dat een wezenlijk verschil bestaat tussen het trainingsgedeelte van de Experiencedag en een sporttraining. Het bestreden besluit houdt geen stand. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaren en dit besluit vernietigen. De Raad ziet uit het oogpunt van definitieve geschilbeslechting aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien door het besluit van 20 november 2018 te herroepen, voor zover daarbij is geweigerd het ongeval aan te merken als dienstongeval, en het ongeval aanmerken als dienstongeval als bedoeld in artikel 54 van het Barp. Aanleiding bestaat om de korpschef te veroordelen in de kosten van appellant.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken