CRvB 15 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:843
Afwijzing verzoek om behoud van de toelage buitenland gedurende het volgen van opleiding. De keuze van appellant om tijdens de weekenden in Duitsland te verblijven onderbreekt niet het tijdvak dat appellant het gebied van plaatsing heeft verlaten, zoals bedoeld in artikel 5, derde lid, aanhef en onder a, van het VBD. De staatssecretaris heeft appellant geen opdracht gegeven om in de weekenden in Duitsland te verblijven. Appellant had ook ervoor kunnen kiezen om in Nederland te verblijven. Ook door de militaire oefening in Duitsland is niet het tijdvak onderbroken dat appellant het gebied van plaatsing heeft verlaten. Militaire oefeningen zijn in artikel 3 van het VBD uitgezonderd bij de vaststelling van een tijdvak. Ook spelen bij een militaire oefening van negen dagen de componenten waaruit de toelage buitenland bestaat geen, althans een geringe rol. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant voor een tijdvak langer dan dertig achtereenvolgende dagen het gebied van plaatsing heeft verlaten. De staatssecretaris heeft de situatie van appellant in redelijkheid niet behoeven aan te merken als een bijzondere omstandigheid op grond waarvan de hardheidsclausule, zoals bedoeld in artikel 28 van het VBD, moest worden toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl