CRvB 30 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:737
Intrekking en terugvordering, transacties Western Union, kentekens op naam. Het college heeft de door appellanten via Western Union ontvangen bedragen terecht als middelen in de zin van artikel 31, eerste lid, van de PW aangemerkt en in de maanden waarin zij deze bedragen hebben ontvangen op de bijstand in mindering gebracht. Over de maanden waarin appellanten zelf overboekingen hebben gedaan via Western Union heeft het college de bijstand terecht ingetrokken omdat appellanten geen objectiveerbare en verifieerbare gegevens hebben overgelegd over de herkomst van de gelden. Het college heeft voorts aannemelijk gemaakt dat appellant met de negen in aanmerking genomen motorvoertuigen handelstransacties heeft verricht, die bij de bijstandverlening in aanmerking hadden moeten worden genomen. Uit de registraties blijkt niet dat steeds sprake was van aansluitende aan- en verkoop van scooters. Controleerbare gegevens over de transacties, waaronder begrepen gegevens over gedane uitgaven en ontvangen inkomsten, ontbreken. Het college is bij niet zelfstandige terugvorderingsbesluiten gerechtigd om uiterlijk bij de integrale heroverweging in bezwaar een aanvankelijke omissie, hierin bestaande dat is verzuimd een voorafgaand herzienings- of intrekkingsbesluit als bedoeld in artikel 54, derde lid, van de Wet werk en bijstand te nemen, te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl